Het gegoochel met de aanzegvergoeding!

 in Arbeidsrecht

Sinds 1 januari 2015 dient de werkgever bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tijdig, te weten uiterlijk een maand voordat de arbeidsovereenkomst eindigt, en schriftelijk aan de werknemer mee te delen of en zo ja, onder welke voorwaarden de arbeidsovereenkomst wordt verlengd. Dit is de zogenaamde aanzegverplichting en deze staat in artikel 7:668 lid 1 BW.
Wanneer de werkgever zich in het geheel niet dan wel niet tijdig aan deze verplichting houdt dan is hij een aanzegvergoeding verschuldigd van maximaal 1 bruto maandsalaris. Overigens eindigt de arbeidsovereenkomst wel van rechtswege. De vergoeding enkel ziet op het niet tijdig aanzeggen.

De wetsgeschiedenis

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever de eis van de schriftelijke aanzegging heeft gesteld ter bescherming van de werknemer. De werknemer moet bij het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst tijdig de mogelijkheid hebben om te zoeken naar ander werk. Het doel van de aanzegverplichting is dus tijdig duidelijkheid aan de werknemer verschaffen. Volgens de letter van de wet dient dit wel schriftelijk te gebeuren.

De aanzegvergoeding in de rechtspraak

De tekst van artikel 7:668 BW is helder en je zou verwachten dat de toepassing hiervan door de rechter niet voor heel problemen zou zorgen. Dit klopt ook als je de uitspraak van de kantonrechter te Roermond leest (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:10269). Het ging in deze zaak om een verlenging van de arbeidsovereenkomst en de werknemer stelde zich op het standpunt dat de aanzegging (tot verlenging) niet tijdig was gedaan. Er zou dus aanspraak zijn op de aanzegvergoeding.

De arbeidsovereenkomst zou van rechtswege eindigen op 31 mei 2017. De werkgever had op 10 mei 2017 mondeling te kennen gegeven de arbeidsovereenkomst te willen verlengen. Pas op 24 mei 2017 tekenen partijen de nieuwe arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelde dat het ondertekenen van de nieuwe arbeidsovereenkomst was aan te merken als de schriftelijke aanzegging. Nu er dus pas sprake was van een schriftelijke aanzegging op 24 mei 2017 was de werkgever niet tijdig met de schriftelijke aanzegging. Het gevolg was dat hij gehouden was de aanzegvergoeding te betalen. Deze kwam overeen met het salaris over de periode 1 mei 2017 tot 24 mei 2017, aldus de kantonrechter.

Deze uitspraak lijkt mij juist en in overeenstemming met de wet. Er is niet tijdig schriftelijk aangezegd en het gevolg is dat er een aanzegvergoeding is verschuldigd.

De kantonrechter in Gelderland oordeelde in een uitspraak van 26 september 2017 dat er geen aanspraak was op een aanzegvergoeding. Ook hier zou de arbeidsovereenkomst eindigen op 31 mei 2017. Partijen hebben op 22 mei 2017 hierover gesproken en de werkgever heeft medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst verlengd zou worden. De werkzaamheden zijn na 1 juni 2017 ook voortgezet, maar er is nooit een schriftelijke aanzegging geweest noch een nieuwe arbeidsovereenkomst ondertekend. De werkneemster is van mening dat zij aanspraak heeft op een aanzegvergoeding.

De kantonrechter oordeelt dat er geen aanzegvergoeding verschuldigd is, omdat door het voortduren van de arbeidsovereenkomst, het ontbreken van de schriftelijke aanzegging geen negatief gevolg voor de werkneemster heeft gehad. Hier lijkt de kantonrechter de aanzegvergoeding te zien als een schadevergoeding, hetgeen, in mijn optiek, geen juiste uitleg van de wet is. Het enkele feit of een werknemer wel of geen schade lijdt, is geen criterium bij artikel 7:668 BW. Hoewel het een redelijke uitleg lijkt is deze naar mijn mening, in strijd met de wet. De werkneemster zou hier de aanzegvergoeding toegewezen moeten krijgen, want de aanzegverplichting is in het geheel niet nagekomen.

Ook de kantonrechter te Alkmaar oordeelde dat er geen aanspraak was op de aanzegvergoeding in zijn uitspraak van 15 november 2017 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2017:9592). De arbeidsovereenkomst eindigde hier op 3 april 2017, zodat er uiterlijk op 2 maart 2017 schriftelijk aangezegd had moeten worden.

De werkgever heeft in deze zaak op 22 februari 2017 mondeling aangegeven de arbeidsovereenkomst niet te verlengen. Partijen hebben op 24 februari 2017 WhatsApp contact, waarin de werkneemster aangeeft dat zij de beëindiging wel aan zag komen. Ook stelt zij wat vragen gesteld over de eindafrekening.

Deze vragen stelt de werkneemster per email van 27 februari 2017 nogmaals aan de werkgever. Het antwoord van de werkgever volgt per email van 2 maart 2017. Hierin wordt medegedeeld dat er bij uitdiensttreding het vakantiegeld, de vakantiedagen en de eindejaarsuitkering worden uitgekeerd. Verder geeft de werkgever aan, dat zij per brief d.d. 1 maart 2017 de werknemer de aanzegging heeft toegestuurd. Deze heeft de werkneemster echter nooit bereikt. Dit was voor de werkneemster aanleiding om de aanzegvergoeding te vorderen.

De kantonrechter oordeelde dat er geen aanzegvergoeding verschuldigd was. Hij verwijst hiervoor naar de wetsgeschiedenis en het doel van artikel 7:668 BW, namelijk het tijdig duidelijkheid verschaffen aan de werknemer. Uit de gevoerde correspondentie (WhatsApp en email) was het voor de werkneemster tijdig voldoende duidelijk dat de arbeidsovereenkomst niet werd verlengd. Zij kon dus tijdig de nodige maatregelen nemen om te zoeken naar ander werk. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid achtte de kantonrechter het onaanvaardbaar om een aanzegvergoeding toe te kennen.

De kantonrechter lijkt hier het schriftelijkheidsvereiste ruimer te nemen dan de wetgever het bedoeld heeft. Als er uit alle feiten en omstandigheden maar voldoende duidelijk tijdig blijkt dat de arbeidsovereenkomst niet wordt voorgezet, dan is er geen aanzegvergoeding verschuldigd.

Conclusie

Hoewel artikel 7:668 BW helder is geformuleerd leren deze uitspraken dat de rechters nog wel eens willen goochelen met de aanzegvergoeding. De werkgever komt in deze zaken twee keer goed weg, maar om dergelijke risico’s te vermijden adviseer ik om bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd de aanzegging tijdig en schriftelijk te doen.

Foto: Goochelaarshoed – WordPress.com

Recommended Posts