Hoe lang is de proeftijd? Weet u het nog?

 in Arbeidsrecht

Sinds de invoering in 2015 van de Wwz (Wet werk en zekerheid) is de duur van de proeftijd vrij duidelijk. Er zijn 2 mogelijkheden, namelijk 1 of 2 maanden.

De proeftijd onder de Wwz

Wanneer de arbeidsovereenkomst langer is dan 6 maanden, maar korter dan 2 jaar, dan mag de proeftijd ten hoogste 1 maand zijn (artikel 7:652 lid 5 sub a BW). Is er sprake van een arbeidsovereenkomst met een duur van langer dan 2 jaar of voor onbepaalde tijd, dan mag er een proeftijd van 2 maanden worden overeengekomen (artikel 7:652 lid 5 sub b BW). Volledigheidshalve merk ik op dat er een proeftijd overeengekomen mag worden. Dit is geen verplichting.

De proeftijd onder de Wab

In het regeerakkoord van 2017 zijn een aantal (ingrijpende) wijzigingen van de Wwz opgenomen. Dat heeft inmiddels geresulteerd in het wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans (Wab). Een van de voorgestelde wijzigingen betreft de duur van de proeftijd. Een van de doelstellingen van de Wwz was om de flexibele werknemer meer zekerheid te bieden. Dat bleek in de praktijk niet voldoende uit te pakken. Er bleken niet meer of eerder arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd aangeboden te worden. De reden volgens werkgevers, is dat de proeftijd van 2 maanden in arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te kort is om te kijken of een werknemer geschikt is.

Vier mogelijke proeftijdtermijnen

Waar er onder de Wwz nu 2 smaken zijn voor wat de betreft de duur van de proeftijd, namelijk 1 of 2 maanden, ontstaan er onder de Wab er 4. Dit zijn de volgende:

– 1 maand bij arbeidsovereenkomsten vanaf 6 maanden tot 2 jaar;
– 3 maanden bij arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd vanaf 2 jaar;
– 5 maanden bij arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd;
– 2 maanden bij opvolgende arbeidsovereenkomsten waarin wezenlijk andere vaardigheden worden gevraagd.

Wanneer dit voorstel daadwerkelijk wet wordt, dan wordt het systeem er niet eenvoudiger op. Een van de doelstellingen van de Wwz was juist om het systeem eenvoudiger te maken. Het verschil in proeftijdtermijnen is soms ook lastig uit te leggen.

Waarom mag een automonteur die een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft gedurende 5 maanden beproefd worden, terwijl zijn collega met een arbeidsovereenkomst voor 2 jaar, maar gedurende 3 maanden? De vraag kan ook anders gesteld worden. Waarom moet de ene automonteur 5 maanden in onzekerheid zitten en de andere maar 3 maanden? Er lijkt wel eens uit het oog verloren te worden, dat een proeftijd voor een werknemer een onzekere periode is. Mag ik blijven of niet? Wanneer het voorstel wordt ingevoerd, kan zelfs de vraag gesteld worden of een werknemer wel direct een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde wil hebben.

Niet alleen voor werknemers lijkt het wetsvoorstel geen verbetering. Ook voor werkgevers kan het problemen gaan opleveren. De problematiek van onjuist overeengekomen proeftijden zie je al van verre aankomen. Het is niet ondenkbaar dat een werkgever toch op veilig gaat spelen en “gewoon” begint met het aanbieden van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Met de vertrouwde proeftijd van 1 maand.

Conclusie

In mijn optiek gaat de aanpassing van de proeftijd niet leiden tot meer arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd. Gezien de lengte van 5 maanden en dus de onzekerheid voor de werknemer, kan ik mij voorstellen dat ook die niet direct een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wil. Overigens kan er natuurlijk onderhandeld worden over de duur van de proeftijd. Er kan een proeftijd van 5 maanden overeengekomen worden, maar het hoeft niet. Werkgevers willen meestal op veilig spelen en zullen waarschijnlijk ook niet sneller voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gaan kiezen. Liever blijft men waarschijnlijk bij de vertrouwde proeftijd van 1 maand en dus een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd korter dan 2 jaar.

 

Recommended Posts