Matiging van een boete: het kan (soms!)

 in contractenrecht

Boetebedingen komen in veel overeenkomsten voor. In een eerdere blog schreef ik al over een boetebeding. Daarin gaf ik aan dat matiging van een verschuldigde boete mogelijk is. Matiging van een boetebeding wordt echter alleen in uitzonderlijke gevallen door de rechter toegewezen. Hierna bespreek ik een geval waar de rechter matiging heeft toegewezen. De feitelijke omstandigheden zijn van essentieel belang. Matiging van een boete: het kan (soms!).

Situatie

De partijen hadden een samenwerkingsovereenkomst met elkaar gesloten. Op grond daarvan mocht partij X een bepaald beeldmerk en label van partij Y voeren, op bijvoorbeeld briefpapier en reclamemateriaal. Ook mocht er een bordje aan de gevel worden gehangen met dit beeldmerk. In de samenwerkingsovereenkomst was opgenomen dat wanneer de samenwerking zou eindigen, het gebruik van het beeldmerk en label direct moest worden beëindigd. Bij niet naleving van verplichtingen was een “niet voor matiging vatbare en onmiddellijk opeisbare boete” van € 2.500,– per dag verschuldigd.

Op enig moment is de samenwerking beëindigd. Het bordje met het beeldmerk is aan de gevel blijven hangen. Partij Y heeft partij X daar ongeveer 3 jaar na het einde van de samenwerkingsovereenkomst op gewezen, met het verzoek om het bordje te verwijderen. Vervolgens heeft partij X aangegeven dat niet in de gaten te hebben gehad en gevraagd hoe zij het schildje los kon krijgen. Daarop heeft partij Y bericht hoe dat moest. Ongeveer een half jaar later constateerde partij Y dat het bordje niet was verwijderd. Zij heeft aanspraak gemaakt op verschuldigde boete van € 100.000,–. Het bordje is vervolgens verwijderd.

Aard van boetebeding

Zoals in mijn eerdere blog beschreven dient een boetebeding aan de ene kant als prikkel tot nakoming. Aan de andere kant heeft het de functie van een gefixeerde schadevergoeding. Een boetebeding is niet altijd het resultaat van onderhandelingen tussen partijen. Wanneer een van partijen een boetebeding wenst, dan kan het wederzijdse vertrouwen worden geschaad wanneer de andere partij dit boetebeding ter discussie stelt. Daarom is in de wet bepaald dat de mogelijkheid van matiging door de rechter van een boetebeding niet door partijen kan worden uitgesloten.

Billijkheid

Indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, kan de rechter de boete matigen. Uit de wetsgeschiedenis en rechtspraak volgt dat de rechter deze bevoegdheid tot matiging voorzichtig moet hanteren. Matiging kan aan de orde zijn wanneer het boetebeding tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Dit is erg afhankelijk van de feiten.

Feitelijke omstandigheden

In de hiervoor beschreven situatie was er reden tot matiging. De omstandigheden die daarbij een rol speelden waren:

  • De strekking van het boetebeding was dat partij X zich na beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst niet meer als deelnemer zou manifesteren.
  • Het boetebeding was bedoeld voor allerlei uiteenlopende tekortkomingen: de deelnemer mocht namelijk gebruik maken van een grote verscheidenheid aan papieren en digitale uitingen. De overtreding zag in dit geval enkel op het handhaven van het bordje.
  • Het niet verwijderen van het bordje nam een ondergeschikte rol in ten opzichte van de andere verplichtingen van partij X bij beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst.
  • Er was een wanverhouding tussen de werkelijke schade van partij Y en de hoogte van de boete.
  • Het boetebeding was niet gemaximaliseerd.
  • Partij Y heeft het niet verwijderen van het bordje zelf pas na ongeveer 3 jaar opgemerkt en daarna niet meteen aanspraak gemaakt op een boete maar eerst vriendelijk om verwijdering verzocht.
  • De tekortkoming van partij X was gering in verhouding tot haar andere verplichtingen uit de samenwerkingsovereenkomst die partij X wel juist en op eigen initiatief had nageleefd.

Matiging van een boetebeding tot nihil

Op grond van de genoemde omstandigheden heeft de rechter de boete gematigd tot nihil. De rechter is tot dit oordeel gekomen vanwege het ontbreken van (relevante) schade, de aard van de samenwerkingsovereenkomst alsmede de inhoud en strekking van het boetebeding.

Matiging van een boetebeding is dus mogelijk, maar is sterk afhankelijk van de waardering van de feiten door een rechter. Daar kan verschillend over worden gedacht. Dat blijkt uit voorgaande casus waar geprocedeerd is bij de rechtbank, gerechtshof en tenslotte Hoge Raad.

Recommended Posts