Het zogenaamde slapend dienstverband is verleden tijd

 in 'slapende"dienstverbanden, arbeidongeschiktheid, Arbeidsrecht

Op 8 november 2019 gaf de Hoge Raad antwoord op een aantal aan haar gestelde vragen in een tussenvonnis van 10 april 2019 van de kantonrechter in Roermond over het slapend dienstverband. Ik schreef daarover al in april 2019 een blog. Nu de uitspraak van de Hoge Raad er is, kan ik u nader informeren.

Wat is een ‘slapend’ dienstverband

Een ‘slapend’ dienstverband is een dienstverband dat door de werkgever na 2 jaar (lees 104 weken) arbeidsongeschiktheid niet is opgezegd. De werknemer krijgt dan geen loon meer, maar blijft wel in dienst. De werknemer ontvangt na die eerste 2 jaar arbeidsongeschiktheid veelal een volledige WIA/IVA uitkering. Hoewel een werkgever bevoegd is tot die opzegging na 2 jaar arbeidsongeschiktheid, wordt dat regelmatig niet gedaan. Na zo’n opzegging zou de werkgever aan de werknemer immers de wettelijke transitievergoeding moeten betalen. Dit volgt sinds 1 juli 2015 uit de WWZ. Vooral bij oudere werknemers met een lang dienstverband kan dat hoge kosten voor de werkgever meebrengen. De werknemer loopt hierdoor echter de transitievergoeding mis.

Wet Compensatie Transitievergoeding bij bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid

Medio 2018 heeft de wetgever bepaald, dat een werkgever die een transitievergoeding aan een werknemer betaalt bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst na 1 juli 2015, daarvoor ten dele – onder voorwaarden – gecompenseerd zal worden door het UWV. Dit geldt bij een beëindiging wegens  bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschikt. Vanaf april 2020 kunnen werkgevers hun dossiers daarvoor bij het UWV indienen. Ook daarover schreef ik in die eerdere blog.

Vele procedures over ‘slapende’ dienstverbanden

Sinds die Wet Compensatie Transitievergoeding in 2018 hebben verschillende rechters geoordeeld over de vraag van werknemers om de arbeidsovereenkomst met de werkgever alsnog te beëindigen wegens meer dan 2 jaar durende arbeidsongeschiktheid en geen uitzicht op herstel binnen 26 weken. De werknemers verzochten daarbij om toekenning van een (voorschot op de) transitievergoeding, of een vergelijkbaar bedrag als schadevergoeding. De rechters hebben hierop verschillend geoordeeld.

In deze zaak bij de kantonrechter Roermond speelde het volgende

De werknemer, geboren in 1963, is sinds 1986 in dienst van de werkgever. Tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden liep hij in 2009 rugklachten op. Na een operatie heeft hij zijn werkzaamheden in 2010 hervat. Zijn rugpijn is in de loop der jaren teruggekomen en in januari 2016 werd de werknemer weer arbeidsongeschikt. Vanaf 9 januari 2018 ontvangt de werknemer een WIA-uitkering (IVA). Hij is voor 80-100% duurzaam arbeidsongeschikt. Er zijn geen mogelijkheden meer tot werkhervatting, en een verbetering van de belastbaarheid is niet of nauwelijks te verwachten.

De werkgever weigerde om in te gaan op het (herhaalde) voorstel van de werknemer om de arbeidsovereenkomst te beëindigen met wederzijds goedvinden met uitbetaling van de transitievergoeding. De werknemer verzoekt de kantonrechter daarom aan hem een schadevergoeding toe te kennen. De werkgever heeft volgens de werknemer de norm van ‘goed werkgeverschap’ in de zin van artikel 7:611 BW geschonden. De werknemer vordert in dit geval een schadevergoeding beperkt tot het bedrag wat het UWV te zijner tijd aan de werkgever compenseert op grond van de Wet Compensatie Transitievergoeding. In dit kort geding vordert de werknemer een voorschot op deze schadevergoeding van € 25.000,-.

Goed werkgeverschap en goed werknemerschap

Artikel 7:611 BW bepaalt, dat de werkgever én de werknemer verplicht  zijn zich als een ‘goed werkgever’ en een ‘goed werknemer’ te gedragen. Werkgever en werknemer dienen zich tegenover elkaar naar de eisen van redelijkheid en billijkheid te gedragen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de in Nederland levende rechtsovertuigingen. Ook de maatschappelijke en persoonlijke belangen die bij het gegeven geval betrokken zijn.

‘Goed werkgeverschap’ bij ‘slapend’ dienstverband

De Hoge Raad beantwoordt in deze uitspraak de vraag of de norm van ‘goed werkgeverschap’ uit artikel 7:611 BW meebrengt dat de werkgever onder omstandigheden verplicht is in te stemmen met een voorstel van een werknemer tot beëindiging van een ‘slapend dienstverband’. Daarbij is het ook de vraag of de werkgever een vergoeding aan de werknemer moet toekennen ter hoogte van het bedrag dat de werkgever op grond van de Wet Compensatie Transitievergoeding te zijner tijd van het UWV vergoed krijgt. De Hoge Raad formuleert daarvoor drie uitgangspunten.

De uitgangspunten voor ‘goed werkgeverschap’ bij meer dan 2 jaar arbeidsongeschiktheid

De Hoge Raad geeft in deze uitspraak drie uitgangspunten als norm van ‘goed werkgeverschap’ in de zin van artikel 7:611 BW aan:

  • Een ‘slapend’ dienstverband behoort in beginsel te worden beëindigd als de werknemer dat wenst én de werkgever geen redelijk belang heeft bij voortduring daarvan. Dit volgt uit de Wet Compensatie Transitievergoeding en de wetsgeschiedenis daarbij;
  • In dat geval behoort de werkgever in beginsel aan de werknemer een vergoeding toe te kennen. De hoogte van deze vergoeding is gelijk aan de wettelijke transitievergoeding die verschuldigd zou zijn bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst op de dag ná die waarop de werkgever wegens arbeidsongeschiktheid van de werknemer de arbeidsovereenkomst zou hebben kunnen (doen) beëindigen. Met andere woorden: de einddatum wordt fictief bepaald op de dag na de 104 weken arbeidsongeschiktheid (en langer bij een loonsanctie). Tot die datum wordt over de duur van het dienstverband de transitievergoeding berekend;
  • Hierop geldt een uitzondering. Wanneer de werkgever – op door hem te stellen en zo nodig te bewijzen omstandigheden – een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst, dan hoeft hij deze vergoeding niet te betalen. Zo’n belang kan bijvoorbeeld zijn reële re-integratiemogelijkheden voor de werknemer. Echter zo’n belang is niet aan de orde wanneer de werknemer bijna de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.

Voorfinanciering van de te betalen transitievergoeding

De Hoge Raad heeft in de uitspraak ook aangegeven hoe dient te worden omgegaan bij problemen met de voorfinanciering van die te betalen transitievergoedingen aan langdurig arbeidsongeschikte werknemers.

De transitievergoeding aan zieke werknemers die voor 1 april 2020 al twee jaar arbeidsongeschikt zijn, moet door de werkgever voor 1 april 2020 volledig aan de werknemer zijn betaald. Alleen in dat geval kan een werkgever een aanvraag voor compensatie van de betaalde transitievergoeding indienen bij het UWV. De gedeeltelijke uitbetaling van de compensatie die de werkgever ontvangt van het UWV, vindt pas maanden na de indiening van het verzoek daartoe plaats. De werkgever ontkomt dan ook niet aan enige verplichte voorfinanciering.

Betaling transitievergoeding in termijnen of opschorting van die betaling tot na 1 april 2020

Omdat de werkgever op grond van de Wet Compensatie Transitievergoeding een compensatie van de betaalde transitievergoeding aan een langdurig arbeidsongeschikte werknemer na 1 april 2020 kan aanvragen, kan dit bij een werkgever tot financiële problemen leiden wegens de voorfinanciering. Indien de werkgever aannemelijk kan maken dat die voorfinanciering leidt tot ernstige financiële problemen, kan de rechter bepalen dat de betaling aan de werknemer in termijnen plaatsvindt of wordt opgeschort tot na 1 april 2020. Hiervoor dient de werkgever dus wel tijdig naar de rechter te gaan.

Tijdig voor 1 oktober 2020 de aanvraag voor compensatie doen

De indiening van de aanvraag voor compensatie van de transitievergoeding voor oude slapende dienstverbanden kan tot 1 oktober 2020. De werkgever moet in ieder geval wel voor 1 april 2020 de hele vergoeding aan de werknemer voldaan hebben. Als de werkgever niet aan deze voorwaarden voldoet, kan hij voor de oude slapende dienstverbanden geen compensatie meer aanvragen.

Eerste uitspraak na het arrest van de Hoge Raad over ‘slapende’ dienstverbanden

Inmiddels is op 25 november 2019 door de rechter in Kort Geding een voorlopig oordeel gegeven rekening houdend met de voornoemde criteria van de Hoge Raad. In deze procedure was de betrokken werknemer in 2017 arbeidsongeschikt geworden. Hij ontvangt een IVA uitkering. De werkgever hield het dienstverband slapend. De werknemer zou op 9 december 2019 de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. Daardoor eindigt de arbeidsovereenkomst van rechtswege.

De werknemer is voor zijn pensioendatum naar de rechter gegaan. Hij maakte aanspraak op de transitievergoeding. De rechter heeft dit toegekend. Nog net voor het bereiken van de pensioenleeftijd wordt de werkgever veroordeeld. De werkgever moet dit slapend dienstverband opzeggen onder verbeurte van een dwangsom. De rechter oordeelt dat de werkgever geen gerechtvaardigd belang heeft de arbeidsovereenkomst in stand te houden. Het feit dat bijna de AOW leeftijd was bereikt en er geen reële re-integratie mogelijkheden waren, vindt de rechter onvoldoende reden. De rechter kent daarbij aan de werknemer de volledige transitievergoeding toe over de gehele duur van de arbeidsovereenkomst.

Conclusie:

Door de uitspraak van de Hoge Raad zullen vele werknemers, die inmiddels meer dan 2 jaar arbeidsongeschikt zijn geweest en nog altijd in dienst van de werkgever zijn, de werkgever verzoeken de arbeidsovereenkomst alsnog te beëindigen. Daarbij zullen zij verzoeken de verschuldigde transitievergoeding als schadevergoeding aan hen te betalen. Werkgevers kunnen proceskosten voorkomen door aan werknemers beëindigingsovereenkomsten aan te bieden. Daarin biedt de werkgever dan de transitievergoeding aan. Een gang naar de rechter is dan niet nodig. Voor werkgevers is het van belang tijdig te handelen. Zij kunnen tot 1 oktober 2020 een deel van de transitievergoeding gecompenseerd krijgen door het UWV door de Wet Compensatie Transitievergoeding. Wel moeten zij de aanvraag tijdig indienen.

Heeft u advies nodig over een ‘slapend’ dienstverband of de opzegging daarvan, de hoogte van de te betalen vergoeding, danwel de wijze van indiening van het compensatieverzoek, dan kunt u daarvoor contact opnemen met de advocaten arbeidsrecht bij Advocaten van Waerde: telefoon 033 820 0388 of e-mail: info@advocaten-van-waerde.nl.

Recommended Posts