Mail
 in Bouwrecht, Onroerend goedrecht, Vastgoedrecht
werkbare dagen

werkbare dagen

Een bepaling over werkbare dagen maakt vaak onderdeel uit van een aannemingsovereenkomst. In zo’n bepaling staat binnen welke termijn een nieuwbouwwoning moet worden opgeleverd. Wanneer de aannemer die tijd overschrijdt, is hij een boete verschuldigd. Het komt geregeld voor dat discussie ontstaat over de uitleg van deze bepaling, het aantal werkbare dagen en de hoogte van de verschuldigde boete. Aan de hand van een recente uitspraak bespreek ik een aantal relevante elementen.

Werkbare dagen

In veel aannemingsovereenkomsten van nieuwbouwwoningen staat een bepaling over de opleveringstermijn die de aannemer in acht moet nemen. Die wordt vaak uitgedrukt in werkbare dagen. De aannemer verplicht zich dan om het werk vanaf de overeengekomen startdatum, binnen de in de overeenkomst genoemde werkbare dagen op te leveren. De startdatum is dus een belangrijk moment. Ook de opleveringsdatum is van belang. Die bepaalt immers de eindtijd voor de berekening van de werkbare dagen. Tot slot moeten de werkbare dagen tussen start- en eindtijd bepaald worden. In een eerdere blog schreef ik ook hierover.

Model aannemingsovereenkomst

Wanneer een aannemer gebruik maakt van een modelovereenkomst zoals die van Woningborg, dan moeten de bepalingen van Woningborg gevolgd worden. Dit betekent onder meer dat een aannemer niet zo maar de tekst van het model kan wijzigen. Dit kan alleen met toestemming van Woningborg. Wanneer die toestemming ontbreekt, dan is een afwijkende bepaling nietig. Dit kwam een aannemer duur te staan, zo blijkt uit een recente uitspraak van de Raad van Arbitrage. Wat was het geval?

Startdatum

De aannemer maakte gebruik van de model aannemingsovereenkomst van Woningborg. Daarin staat dat de startdatum van de werkbare dagen de aanvang van de bouw van het gebouw is. Omdat voor de aannemer onduidelijk was wat hij in de grond ging aantreffen, had hij dit gewijzigd. Hij wilde een later aanvangstijdstip. In de overeenkomst was opgenomen dat het aanvangstijdstip van de telling na gereedkomen van de begane vloer van het gebouw was. Deze aannemingsovereenkomst was door de opdrachtgever ondertekend.

Deze wijziging maakte een aanzienlijk verschil. Op 20 oktober 2020 werd met het heien begonnen. De begane vloer was omstreeks 30 juli 2021 gereed. De opdrachtgever was van mening dat de startdatum voor de telling 20 oktober 2020 was, en maakte aanspraak op de boete. De aannemer ging uit van de startdatum voor de telling van 30 juli 2021 en was van mening dat hij binnen de bouwtijd was gebleven.

Instemming

De aannemer kon niet aantonen dat Woningborg met de wijziging had ingestemd. Volgens de bepalingen van Woningborg is dan een wijziging van het model aannemingsovereenkomst nietig. De aannemer kon zich daarom niet beroepen op de door hem gemaakte wijziging. Het feit dat de opdrachtgever door ondertekening had ingestemd met de expliciete bepaling dat de werkbare dagen pas begonnen te lopen vanaf het gereedkomen van de begane vloer, maakte dit niet anders.

Bewijs werkbare dagen

De opdrachtgever moet aantonen dat er sprake is van overschrijding van de bouwtijd. Dit kan door het aantal verstreken werkdagen tussen startdatum en oplevering aan te geven. Het is dan aan de aannemer om aan te tonen welke van die werkdagen onwerkbaar waren. Dit kan bijvoorbeeld door het overleggen van een logboek, of registratie van de werkbare en onwerkbare dagen. De aannemer had dat in dit geval niet bijgehouden, en ook geen ander bewijs geleverd van onwerkbare dagen. Dat was een gemiste kans. Het betekende namelijk dat de arbiter uitging van de telling van de opdrachtgever. De aannemer moest daarom een boete van bijna € 10.500,- aan de opdrachtgever betalen.

Raad van Arbitrage

Wanneer er sprake is van overschrijding van de bouwtijd, kan een opdrachtgever aanspraak maken op een boete. Komen de aannemer en opdrachtgever er niet uit, dan kan een procedure bij de Raad van Arbitrage worden gevoerd. Wanneer het Woningborg Geschillenreglement van toepassing is, dan biedt die een voor opdrachtgevers betrekkelijk goedkope en toegankelijke procedure. Kijk voor meer informatie op de website van de Raad van Arbitrage.

De opdrachtgever moet (enkel) aanvraagkosten betalen. Per 1 januari 2024 zijn die € 450,-. Wanneer de Raad van Arbitrage tot het oordeel komt dat de opdrachtgever gelijk heeft, worden die kosten weer terugbetaald.

De aannemer loopt het risico te worden veroordeeld in de kosten van de Raad van Arbitrage. Die kosten lopen al snel in de duizenden euro’s. Dit zal een aannemer dus mee moeten nemen in de afweging om de kwestie te regelen met de opdrachtgever, zonder dat een gang naar de Raad van Arbitrage hoeft te worden gevolgd.

Maartje van den Berg

Maartje van den Berg

Heb ik recht op een boete?

Wanneer u denkt dat de aannemer de bouwtijd heeft overschreden, help ik u graag om te bepalen of er inderdaad een boete verschuldigd is. De gemaakte afspraken zijn daarvoor van belang. Maar ook wanneer u een overeenkomst getekend heeft die afwijkt van een model aannemingsovereenkomst kunt u rechten hebben, zoals blijkt uit de hiervoor besproken uitspraak.

Ook bij andere vragen over een aannemingsovereenkomst of op het gebied van bouwrecht, kunt u bij mij terecht. Ik help u graag uw juridische positie te bepalen en zo nodig daarover te procederen. Ik ben te bereiken via: Advocaten van Waerde in Amersfoort, telefoon 033 820 03 88 / 06 21 51 59 65 of e-mail info@advocaten-van-waerde.nl.

Laatste blogartikelen
Call Now Button Bel voor advies