Werknemer moet vergoeding van € 160.000,– terugbetalen!

 in Arbeidsovereenkomst, Arbeidsrecht

Een werknemer moet in hoger beroep de vergoeding van € 160.000,– terugbetalen. En uit deze uitspraak blijkt, dat in hoger beroep gaan risico’s met zich meebrengt.

Toewijzing vergoeding door de kantonrechter

Na een verbetertraject van twee jaar verzoekt de hogeschool ontbinding van de arbeidsovereenkomst. In deze twee jaar zijn er twee niet succesvolle mediations geweest. Verder heeft de werknemer geweigerd een verbetertraject te starten. De hogeschool verzoekt ontbinding zonder toekenning van een vergoeding. De werknemer voert uiteraard verweer en vraagt een vergoeding van € 300.000,– bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter gaat over tot ontbinding wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Verder is de kantonrechter van mening, dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De werknemer krijgt een vergoeding van € 150.000,– toegewezen. Je zou denken, dat de werknemer hiermee tevreden is. Niet is minder waar. De werknemer gaat in hoger beroep. 

Het hoger beroep

De werknemer stelt hoger beroep in en vordert een billijke vergoeding van € 710.00,–. Dit is meer dan het dubbele als in de ontbindingsprocedure. In het beroepsschrift komt de werknemer met een lijst van 10 verwijten aan het adres van de hogeschool. Hieruit zou de conclusie getrokken moeten worden, dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de hoge school.

Het Gerechtshof gaat al deze verwijten stuk voor stuk behandelen. En de conclusie is, dat er helemaal geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de hoge school. Dit in tegenstelling tot de kantonrechter. Het gevolg is, dat de werknemer de eerder toegekende € 150.000,– moet terugbetalen. Er moet ook wettelijke rente betaald worden. Het totaal terug te betalen bedrag komt op € 160.000,– uit. Dit is een duur hoger beroep geworden voor de werknemer. 

Conclusie

Sinds de invoering van de WWZ kan je in hoger beroep gaan tegen ontbindingsbeschikkingen. Uit deze uitspraak blijkt dus dat dit niet altijd zonder risico’s is. Bij de kantonrechter vraagt de werknemer een vergoeding van € 300.000,–. Deze wijst een bedrag van € 150.000,– toe. De werknemer vraagt in hoger beroep € 710.000,– en moet uiteindelijk € 160.000,– terugbetalen. Heeft de werknemer zijn kansen overschat? Waarom was hij niet tevreden met € 150.000,–? Die vragen worden niet beantwoord. In ieder geval maakt deze uitspraak wel duidelijk dat in hoger beroep gaan niet zonder risico’s is.

De gehele uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is hier te vinden.

Wilt u meer weten over de risico’s van hoger beroep onder de WWZ? Neem contact op met Advocaten van Waerde via telefoon 033-820 03 88 of e-mail info@advcaten-van-waerde.nl

 

 

Recommended Posts